|
'T is nog altijd pruimentijd. Van de mensen die drie maanden geleden zonder job zaten, zijn er bitter weinig van de straat in een kantoor geraakt. Integendeel, nog meer mensen zoeken nog dringender, en vaak wanhopiger, naar een nieuwe uitdaging. De vraag naar werk wordt almaar prangender en de vragende groep almaar groter. Op 'Radio Couloir' is 'Panic on the Titanic' de hit aan het worden. De Grote Pijn is inderdaad nog niet voorbij, en er zijn nog steeds grote schepen die zinkensklaar staan te wachten op het laatste schot onder de boeglijn vooraleer te zieltogen.
En toch vindt 50% van de Vlaamse ICT-professionals zich onderbetaald. En toch solliciteren diezelfde ICT-professionals nog steeds voornamelijk vanuit hun eigen eisen en persoonlijke bekommernissen. En toch claimen werkzoekende managers nog steeds een leidinggevende functie vanuit het standpunt en de overtuiging dat zij eenzijdig recht op eisen hebben. Het lijkt me ontzettend leerrijk van de hoger vermelde dames en heren te mogen vernemen waar zij dat stellige recht op salarisverhoging vandaan halen of op baseren. Dit betekent namelijk letterlijk dat deze 50% van de Vlaamse ICT-professionals van mening zijn dat zij hun werkgever meer opbrengen dan wat zij vandaag kosten, of m.a.w. dat de toegevoegde waarde die zij genereren significant groter is dan de kosten die moeten gemaakt worden om die toegevoegde waarde te kunnen genereren. Ik verslik mij brutaal in de vraag hoe die 50% dat zo precies weet. Het lijkt er sterk op dat de betrokken actoren zich blind blijven opstellen voor de in de laatste twee jaar toch wel totaal veranderde en nog steeds veranderende arbeidsmarktrealiteit binnen onze sector.
Eén cruciale observatie springt echter in het oog voor wie wil zien : De groep werkzoekenden wordt inderdaad almaar groter, maar hij behoudt wel zijn homogeniteit t.o.v. één belangrijk en gemeenschappelijk criterium : de zichtbare en aantoonbare relatie tussen kosten en opbrengsten van zowel de functie als de persoon die de functie uitoefende. Er bestaan natuurlijk functies waar per definitie de kosten/baten relatie moeilijk of niet aantoonbaar is, wat niet wil zeggen dat deze relatie niet zou bestaan. Het is niet voor niets dat in de commerciële dienst marketing vaak als eerste sneuvelt. Louter coördinerende jobs, zelfs (en zeker) wanneer op management niveau, lijden eveneens aan economische vaagheid. Omgekeerd duurt het zo lang niet vooraleer er korte metten mee gemaakt worden. De onproductieve professional in een productieve functie houdt het zelden lang vol en wordt sneller gesanctioneerd. Een verkoper die zijn target niet haalt, gaat eruit. Een projectleider die niet 'on time, on budget' oplevert wordt vervangen. Wie vandaag echter op de arbeidsmarkt belandt en in de doorsnede zit van beide verhalen, namelijk een onproductieve professional in een functie waar contributie niet aantoonbaar is, kan er bijzonder terecht van uitgaan dat zijn probleem ernstig is. Wie kent er geen 'Business Development Manager' met 5 business lunches per week maar zonder quota. Of een 'Business Unit Manager' die meer in zijn spreadsheets prutste dan dat hij achter zijn team of voor zijn klanten stond.
Maar goed, het overkomt je. Wat nu ? Krampachtig blijven vasthouden aan terugkrijgen wat je vroeger had ? 'Those days are over' zong Sting reeds jaren geleden in een vandaag verrassend toepasselijke hit. Daarover kunnen de meeste lotgenoten na maanden tevergeefs aan deuren kloppen, pijnlijk getuigen.
De oplossing is conceptueel de eenvoud zelve, maar de omzetting in de praktijk vraagt wel wat persoonlijke moed : De moed die nodig is om zichzelf te zien zoals men is, niet zoals men graag zou willen zijn. De moed om het eerlijke proces te maken van wat men echt kan en echt niet kan, om na te denken over waarom men die dingen wil die men niet kan en met welk recht men anderen daarvoor doet betalen. De moed om te komen tot de essentie van wie men is en van daaruit na te denken over wat men kan en waarom een bedrijf hiervoor een salaris op tafel zou moeten leggen.
En misschien betekent dit wel een confronterende terug naar af. Terug naar de laatste functie, misschien lang geleden, waarin aantoonbare of meetbare contributie gegenereerd werd, naar het moment in de carrière bv. waar Peter en zijn principe nog niet toegeslagen hadden en men nog niet voorbij het eigen competentieniveau gepromoveerd was. Wat boven de grond zit en onvoldoende onderbouwd of ondersteund is, zal omwille van de wet op de zwaartekracht onvermijdelijk vallen en de rest onder zich meesleuren. Een carrière kan enkel gebouwd worden op harde fundamenten. In economische termen zijn dit kennis en vaardigheden. Waarden en overtuigingen zijn de motoren die het voorgaande in beweging zetten, richting geven en zorgen voor de levensnoodzakelijke compatibiliteit met de bedrijfscultuur.
Er is trouwens geen keuze. Bedrijven hebben de laatste maanden een niet mis te verstaan en vierkantig signaal gegeven : No Risk. Het No Fun deel is uit de zin geschrapt. Functies worden slechts opengesteld wanneer het bedrijf er geld kan aan verdienen en kandidaten worden slechts aangeworven mits bewijs van goed gedrag en zeden, namelijk wanneer ze kunnen bewijzen dat ze in die functie zullen contribueren. En de bron voor die bewijslast is vandaag quasi enkel het verleden, daarom is de confronterende terug naar af vraag van zo'n belang. 'Kandidaten met een proven track record, Meneer', is de profieleis die vandaag het meest gesteld wordt. Niemand wil nog mensen betalen om 'creatief met een aantal dingen bezig te zijn' of 'te kunnen leren en groeien als mens'.
De kandidaat die vandaag congruent klaar is met de vraag waar hij echt kan contribueren, die mag van mij solliciteren. De anderen ook, maar met veel minder kansen op succes.
|